Eja Mater, fons amoris – het verdriet van Maria verklankt door cello en zang
“Eja Mater, fons amoris” is een van de meest intieme momenten uit het Stabat Mater. In deze bede klinkt een diep menselijk verlangen door: “O Moeder, bron van liefde, laat mij met u meevoelen.” De muziek is verstild, kwetsbaar en bijna fluisterend. Juist doordat de continuo ontbreekt, ontstaat een transparante klank waarin elke noot betekenis krijgt. Op deze pagina kunt u een fragment beluisteren dat deze ingetogen sfeer prachtig vangt.
Het Stabat Mater van Pergolesi
Het Stabat Mater van Giovanni Battista Pergolesi behoort tot de meest geliefde werken uit de barok. Pergolesi componeerde het werk kort voor zijn vroege overlijden en gaf daarmee een uitzonderlijk persoonlijke interpretatie aan de eeuwenoude Latijnse tekst. In Eja Mater bereikt deze expressie een hoogtepunt: geen dramatiek, maar innerlijke bewogenheid. De muziek nodigt u uit om stil te luisteren en het lijden van Maria niet alleen te begrijpen, maar ook te voelen. Meer achtergrond over dit werk leest u op https://klassieke-concerten.nl/stabat-mater
Boccherini en zijn liefde voor de cello
Naast Pergolesi heeft ook Luigi Boccherini een onuitwisbare stempel gedrukt op de Stabat Mater-traditie. Als virtuoos cellist beschouwde hij de cello niet alleen als begeleidend instrument, maar als zingende stem. Zijn liefde voor de cello klinkt door in alles wat hij schreef: warm, lyrisch en menselijk. In zijn religieuze muziek krijgt de cello een bijna troostende rol, verwant aan de moederlijke thematiek van het Stabat Mater. Lees meer over Boccherini en zijn Stabat Mater via https://klassieke-concerten.nl/stabat-mater-boccherini
Het bijzondere cellospel in Eja Mater
Eja Mater uit Boccherini’s Stabat Mater opent met een opvallende cello-introductie, waarin het instrument uitzonderlijk hoog speelt. De klank is ongewoon: de cello klinkt hier bijna als een menselijke stem – kwetsbaar, klaaglijk en intens expressief. Dit is geen toeval. Boccherini was zelf een virtuoos cellist en stond bekend om zijn technisch veeleisende partijen, waarin hij de grenzen van het instrument bewust opzocht.
Wanneer de zang inzet, voegt de sopraan zich naadloos in deze klankwereld. De zang is ingetogen en warm, en lijkt het door de cello uitgesproken verdriet voort te zetten. Alsof de stem slechts overneemt wat het instrument al heeft verteld. In deze opening verwoordt eerst de cello – en daarna de stem – het verdriet zelf, nog vóór het volledig in woorden kan worden gevat. Juist deze hechte verwevenheid van cello en zang maakt Eja Mater tot een van de meest aangrijpende momenten binnen het Stabat Mater.
Let tijdens het kijken en luisteren op de cello in de opening. U ziet hoe de cellist ongewoon hoog op het instrument speelt, met een bijna fragiele houding. Deze hoge ligging versterkt het klaaglijke karakter van de muziek. Wanneer daarna de sopraan inzet, is het alsof de stem voortkomt uit de klank van de cello. Let op hoe zang en cello elkaar niet afwisselen, maar werkelijk met elkaar verweven zijn. Juist in deze subtiele wisselwerking wordt de bede “O Moeder, bron van liefde” hoorbaar én zichtbaar.
